Racisme pak je aan met plannen en middelen, niet alleen met voornemens

Q&A

Hieronder verzamelen we de meest gestelde vragen over praktijktesten. Klik op één van de vragen om ons korte antwoord te lezen.

PRAKTIJKTESTEN zijn een hulpmiddel in de strijd tegen discriminatie. Ze vormen een nuttige en noodzakelijke aanvulling op de reeds bestaande controle- en onderzoeksbevoegdheden die ter beschikking staan van particulieren en inspectiediensten die discriminatie willen bewijzen. Correct uitgevoerd (goede en bewijskrachtige PRAKTIJKTESTEN moeten aan strenge kwaliteitseisen voldoen, waaronder o.a. respect voor de privacy) kunnen ze op een objectieve manier discriminatie aantonen.

Wanneer een persoon meent het slachtoffer te zijn van discriminatie, kan hij voor het bevoegde rechtscollege feiten aanvoeren die het bestaan van die discriminatie kunnen doen vermoeden. Voert hij dergelijke feiten aan, dan is het aan de mogelijke dader om te bewijzen dat er geen discriminatie is geweest. Maar natuurlijk staat u sterker als u een concreet bewijs in handen heeft. PRAKTIJKTESTEN zijn een goed middel om een vermoeden van discriminatie te bewijzen, en dus een zeer waardevol instrument in de juridische strijd tegen discriminatie.
In principe mag iedereen die dat wil (een) PRAKTIJKTEST(EN) uitvoeren, maar het actieplatform Praktijktesten Nu raadt vrijwilligers aan eerst een opleiding te volgen of bij UNIA te rade te gaan, aangezien de juiste wetenschappelijke methodes moeten toegepast worden. Het platform Praktijktesten Nu eist echter dat de overheid haar verantwoordelijkheid opneemt en zo snel mogelijk regelmatige en pro-actieve PRAKTIJKTESTEN (overheidsinspecties) organiseert, en dit zowel op regionaal als ook op federaal vlak. Zowel bedrijven, organisaties als ook overheidsinstellingen moeten worden getest. Eerst vraagt het platform dat belangrijke thema’s zoals arbeid en wonen aan bod komen, later kan dit naar andere domeinen worden uitgebreid (bv. vrije tijd, sport enz.)
Dat hangt wat af van het domein. Inzake wonen zijn we van mening dat de Vlaamse wooninspectie hiervoor moet instaan. Inzake werk kijken we richting Toezicht Sociale Wetten (op federaal niveau) en Afdeling Handhaving en Toezicht van Werk en Sociale Economie (op gemeenschapsniveau) en Gewestelijke Tewerkstelling Inspectie Brussel (op niveau van het Brussels gewest). Ook het ministerie van Economie kan ingeschakeld worden inzake discriminatie van klanten in handelszaken (zij mogen dat trouwens al via mystery callings.) Lokaal kan men volgens ons ook de ambtenaren belast met overheidsopdrachten inschakelen zoals de GAS ambtenaren.
Het actieplatform Praktijktesten Nu vindt dat zelfregulering nuttig kan zijn, maar dan enkel binnen een kader waarin de overheid eindverantwoordelijke blijft. Dit houdt in dat er steeds transparantie moet zijn over de manier waarop de controle wordt uitgevoerd en dat de toegang tot de resultaten ervan wordt gegarandeerd. Zelfregulering alleen is echter ontoereikend omdat:
  • zelfregulering niet doeltreffend is. Voorbeeld: de zelfregulering in de bankensector heeft de financiële crisis van 2008 niet kunnen voorkomen.
  • zelfregulering zelden gepaard gaat met transparantie over de resultaten.
  • zelfregulering zelden of nooit tot sancties leidt, omdat belangenbehartigers hun eigen leden niet durven of kunnen aanpakken.
  • zelfregulering de overheid niet kan ontslaan van de verantwoordelijkheid om haar eigen wetten en decreten te handhaven. Handhaving is een kerntaak van de overheid waaraan ze niet mag verzaken.
Burgers, middenveldorganisaties, vakbonden en academici mogen ook tests uitvoeren. We maken onderscheid tussen PRAKTIJKTESTEN door de overheid (ook in het kader van uitbesteding naar een derde) en PRAKTIJKTESTEN door andere actoren. Vanuit het actieplatform Praktijktesten Nu zetten we meer in op de noodzaak van de eerste vorm. Toch kunnen andere actoren (bv. slachtoffers van discriminatie) wettelijk perfect een wetenschappelijk correcte test uitvoeren en hiermee een rechtszaak aanspannen. De rechter kan dit beschouwen als een begin van een bewijs en vragen aan de werkgever of huisbaas om het tegenovergestelde te bewijzen, met andere woorden dat er geen sprake van discriminatie is. Als hij/zij daar niet in slaagt, kan er in bepaalde gevallen een veroordeling volgen.
Een eenmalige frequentie is uitgesloten, omdat dit geen duurzaamheid in de tijd impliceert. De controle via een PRAKTIJKTEST dient systematisch te zijn, bijvoorbeeld door een jaarlijkse herhaling, tot het percentage aan discriminerende gevallen onder een significante grens gedaald is.
Het is niet aan het platform Praktijktesten Nu om over het aantal testen of het aantal ambtenaren te beslissen, dat moet de overheid zelf doen, in functie van de noden en het beschikbare budget. Inspectiediensten moeten zelf een actieplan opstellen, met jaarlijks te behalen minimum doelstellingen wat het aantal controles betreft.
Alleen de overheid heeft de bevoegdheid te controleren om te sanctioneren. Uiteraard moet de overheid ook in eigen boezem kijken en via een onafhankelijke overheidsdienst inspecties laten uitvoeren bij de overheid zelf, maar niet behaalde streefcijfers of quota belemmeren de overheid niet om controles uit te voeren.
Praktijktesten Nu richt zich vooral op de arbeidsmarkt en de huur(woning)markt, omdat dat prioritaire domeinen in elk mensenleven zijn. Dat wil niet zeggen dat het platform andere domeinen (winkels, gemeentelijke dienstverlening, openbaar vervoer, vrije tijd, sport enz) niet belangrijk vindt, ook hier kunnen PRAKTIJKESTEN uitgevoerd worden (zie bv. mystery shopping voor winkels, of mystery calling voor dienstverleners).
ALLE sectoren moeten gecontroleerd worden (privé en publiek, zowel grote als kleine bedrijven, organisaties en overheidsinstellingen, ook buitenlandse bedrijven die een vestiging in België hebben). Prioritair kunnen bv. sectoren zijn waarin er in het verleden is gebleken dat ze een groter risico hebben op discriminatie, zoals bv. de dienstenchequesector of de uitzendsector, maar in principe moeten de controles in alle sectoren uitgevoerd worden.
Discriminatie kan overal optreden, zowel bij particulieren als bij mensen die zich professioneel met immobilieën bezig houden, zowel in grote steden als in kleine dorpen. Alle vormen van discriminatie moeten aangepakt worden: omwille van leeftijd, sociale afkomst, gender, seksuale geaardheid, soort inkomen (bv leefloon), migratieachtergrond, aantal kinderen, beroep, gezondheidstoestand enz.
In principe is C toegelaten, maar het platform Praktijktesten Nu raadt aan een gestratificeerde steekproef te organiseren waarin bepaalde sectoren en types van bedrijven (minimumgrootte bijvoorbeeld 2 VTE's) meer kans hebben om er bij te zijn (want onze economie bestaat uit veel eenmanszaken en kleine familiebedrijven).
Beide vormen zijn noodzakelijk. Proactieve praktijktesten zijn een middel voor preventieve sensibilisering en bewustmaking en dienen tegelijk om te controleren of de anti-discriminatiewetgeving wel nageleefd wordt. Reactieve praktijktesten zijn onontbeerlijk als er al een vermoeden van discriminatie bestaat waarvoor bewijzen moeten verzameld worden. Alleen reactief optreden is echter onvoldoende, omdat te weinig mensen officieel klacht durven indienen én omdat het voor de personen in kwestie niet altijd duidelijk is of er effectief gediscrimineerd wordt.
Alle methodes zijn goed, maar de test moet op een wetenschappelijke manier worden uitgevoerd, anders kunnen de resultaten aangevochten worden. U kan o.a. bij UNIA voor meer informatie terecht.
Het Grondwettelijk Hof heeft in 2004 geoordeeld dat praktijktesten als instrument rechtsgeldig zijn.
PRAKTIJKTESTEN worden vandaag trouwens al in een andere context gebruikt door de overheid. Door het groot aantal inbreuken op de financiële en economische regelgeving door financiële instellingen en in het licht van de versterkte nadruk op de bescherming van consumenten heeft het federaal parlement in 2013 en 2014 de controlebevoegdheid van de financiële en economische inspectie uitgebreid met mystery shopping.

UITLOKKING: In het geval van mystery shopping wordt soms gesteld dat er sprake is van uitlokking, maar dit verwijst enkel naar de sociale praktijk van uitlokking en niet naar de juridische concepten 'uitlokking' of 'provocatie'. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie is de inzet van een proactieve techniek wettig wanneer het zich beperkt tot het louter scheppen van een mogelijkheid tot bijvoorbeeld discriminatie en aan de dader ruimte gelaten wordt om vrij af te zien van het plegen van het misdrijf of om vrij een strafbaar feit te plegen en dit zodat het misdrijf kan vastgesteld worden. De handhavingsambtenaar doet met een PRAKTIJKTEST dus niet meer dan de omstandigheden creëren om een scene uit het dagdagelijkse leven na te bootsen om vervolgens vast te stellen of een discriminerende handeling wordt gesteld.

PRIVACY: Anonieme acties die de bedoeling hebben onrechtmatig handelen aan het licht te brengen, schenden het recht op privacy niet. Het inzetten van personen met een valse identiteit maakt op zich geen schending uit van het recht op eerbiediging van het privéleven, aldus het Europees Hof. De redenering hierachter is dat wie strafbaar handelt zich vrijwillig aan het risico blootstelt om te worden ontmaskerd.

ETHISCH: Het is net de straffeloosheid die het wantrouwen creëert in de samenleving en niet de praktijktesten zelf.
In de twee Europese antidiscriminatierichtlijnen van 2000 die de aanleiding vormden voor onze antidiscriminatiewetgeving staat duidelijk dat de lidstaten de nodige sancties en rechtsmiddelen ter beschikking moeten stellen om discriminerende handelingen te kunnen bestraffen. Die moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. In 2013 heeft het Europees Hof van Justitie een duidelijke invulling heeft gegeven aan de begrippen doeltreffend en afschrikkend. Symbolische sancties zijn niet richtlijnconform, men moet effectief sancties opleggen die meer dan symbolisch van aard zijn. Er zijn ook burgerrechtelijke sancties mogelijk, zoals bijvoorbeeld het intrekken van de erkenningsvergunning van een bedrijf of het terugbetalen van subsidies.
Eén bewijs volstaat om het vermoeden van discriminatie aan te tonen, waarna er via het parket kan overgegaan worden tot burgerrechtelijke en/of strafrechterlijke vervolging. Vervolgens is het aan de 'dader' om zijn/haar onschuld te bewijzen, vrijspraak kan dus nog steeds. De straf kan bv. ook perfect inhouden dat er pas effectieve sancties volgen indien er binnen een bepaalde termijn geen aantoonbare inspanningen worden geleverd om discriminatie effectief weg te werken.
Zowel de bedrijven als de klanten overtreden de wet. Daar waar mogelijk kan mits medewerking van het bedrijf de klant ook vervolgd worden. Bedrijven moeten aangemoedigd worden om niet in te gaan op discriminerende vragen doordat ze zien dat bedrijven die dat wel doen, worden aangepakt. Uiteindelijk zullen klanten met discriminerende vragen nergens meer terecht kunnen.
Uit onderzoek blijkt dat anonieme sollicitaties het moment van discriminatie vaak naar een latere fase in de aanwervingsprocedure verplaatsen. De overheid moet bedrijven en andere instellingen gewoon doen inzien dat er in Belgiê nultolerantie tegenover discriminatie heerst, in welke fase dan ook.
PRAKTIJKTESTEN criminaliseren niet, ze bekijken objectief of een werkgever discrimineert, hierdoor kan men de ‘rotte appels’ eruit halen. Wie niet discrimineert hoeft niet bang te zijn. Werkgevers worden op veel zaken gecontroleerd zoals bv. het betalen van belastingen, een controle staat daarom nog niet gelijk aan criminalisering. De vrije keuze van aanwerving blijft overeind in een systeem van praktijktesten, maar wordt zoals elke vrije keuze begrensd door onze wetgeving.
Beloningen kunnen nooit in de vorm van geld zijn, want niet frauderende bedrijven krijgen ook geen extra geld voor het volgen van de wet. Labels en extra publiciteit in de vorm van beste diversiteitswerkgever kunnen uiteraard wel.

Volg ons op

Facebook iconTwitter icon