Racisme pak je aan met plannen en middelen, niet alleen met voornemens

Sensibilisering alleen is onvoldoende. Hoog tijd voor een strengere aanpak

Gisteren werden de resultaten bekend gemaakt van een academische praktijktest op de Antwerpse huurmarkt. Het onderzoek vond plaats tussen oktober 2019 en oktober 2020. In die periode werden 3.481 academische correspondentietesten , de geschreven variant van praktijktesten, uitgevoerd. De onderzoekers reageerden op bestaande huuradvertenties op Immoweb en Zimmo met telkens twee fictieve kandidaat-huurders: de testpersoon had een kenmerk waartegen gediscrimineerd kon worden, de controlepersoon niet.

De resultaten zijn onrustwekkend: rolstoelgebruikers werden in 36% van de gevallen gediscrimineerd. Bij mannen van niet-Belgische origine was de discriminatiegraad 19 procent, bij vrouwen 15 procent. Het toont nog maar eens aan dat discriminatie op de huurmarkt niet incidenteel gebeurt, maar een structureel probleem is. Dat toont ook het gedrag van de makelaars aan: van de geteste makelaars discrimineert 40%, en 18% van de geteste makelaars discrimineert zelfs consequent. Dat betekent dat je daar als persoon met een migratieachtergrond of als rolstoelgebruiker quasi geen kans hebt om een woning te huren. “Deze makelaars zijn hardleers, en zal je met sensibilisering alleen niet over de streep trekken. Het is hoog tijd dat er ook sancties tegen deze groep komen,” beweert Sarah Scheepers, woordvoerder van Praktijktesten Nu. “De voorgestelde samenwerking tussen het stadsbestuur en de makelaars in de vorm van een ‘verbeterplan’ is ruim onvoldoende. Bij zulke flagrante inbreuken op de antidiscriminatiewetgeving hebben we strenge handhaving nodig.”

In plaats van een samenwerking aan te gaan met het BIV (Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars), een instelling die waakt over de belangen van de makelaarswereld en zich overigens hardnekkig verzet tegen het gebruik van praktijktesten, zou het stadsbestuur beter meer bezorgdheid tonen over de bescherming van de rechten van zijn inwoners. “Waarom geen samenwerking met UNIA?,” stelt Scheepers voor, “daar kan je als slachtoffer van discriminatie tenminste klacht neerleggen. Wat gebeurt er precies na een melding over discriminatie bij het BIV? Daar heb je als slachtoffer erg weinig aan. Het BIV beschermt de belangen van de makelaars, niet van huurders.”  

Het is de zoveelste keer dat discriminatie op de huurmarkt objectief wordt aangetoond. Twee jaar geleden deed het platform Praktijktesten Nu trouwens een gelijkaardige test, ook daaruit bleek discriminatie in 40% van de tests. Het valt niet meer te ontkennen dat een grote groep mensen hun grondrecht op wonen structureel ontkent wordt. Daar moet de overheid, ook een lokale, tegen optreden. Het is hoog tijd dat er werk gemaakt wordt van gelijke toegang tot wonen, en een voldoende groot aanbod aan degelijke en betaalbare woningen voor iedereen, zonder onderscheid.

Volg ons op

Facebook iconTwitter icon